De Europese Commissie heeft onlangs Verordening (EU) 2025/2240 gepubliceerd, een wijziging die belangrijk nieuws brengt voor producenten van kunststofmaterialen en -artikelen die gebruikmaken van salicylzuur of onbehandeld houtmeel en houtvezels. Deze verordening is een amendement op Verordening EU n° 2023/1442 en verlengt de eerder ingevoerde overgangsmaatregelen, waardoor bepaalde producten langer op de markt mogen blijven.
De achtergrond hiervan is dat met Verordening (EU) 2023/1442 de EU-wetgeving inzake kunststoffen die met levensmiddelen in contact komen (Verordening (EU) nr. 10/2011) gewijzigd werd, door de generieke toelating te schrappen die eerder het gebruik van “houtmeel en vezels, onbewerkt” (FCM nr. 96) toestond. Deze wijziging zet het standpunt van EFSA om dat hout- en plantaardige materialen niet per definitie inert zijn en per geval moeten worden beoordeeld. Ook salicylzuur werd verwijderd van de positieve lijst omdat er met oog op herbeoordeling door EFSA, onvoldoende gegevens beschikbaar waren om te bevestigen dat het gebruik ervan veilig bleef zonder een specifieke migratielimiet of gebruiksbeperkingen te definiëren.
Om de industrie voldoende tijd te geven om zich hierop aan te passen, werden toen al overgangsmaatregelen ingesteld. Die overgangsperiode bleek echter te krap: veel bedrijven hadden moeite om hun dossiers volledig en volgens de nieuwe eisen in te dienen, met name wanneer het ging om natuurlijke materialen zoals houtvezels.
Met de nieuwe verordening verlengt de EU de overgangsperiode tot 31 januari 2026. Kunststofmaterialen en -artikelen die deze stoffen bevatten, mogen daardoor nog gedurende deze periode op de markt worden gebracht, op voorwaarde dat er tijdig een aanvraag voor beoordeling is ingediend. Wanneer die aanvraag vervolgens geldig wordt verklaard, mogen de producten zelfs blijven circuleren totdat de Europese Commissie een definitieve beslissing neemt.
Voor producenten betekent dit een adempauze: de extra tijd maakt het mogelijk om de benodigde gegevens te verzamelen, aan te vullen en formeel goedgekeurd te krijgen. Tegelijkertijd benadrukt de EU dat deze verlenging geen eindpunt is maar een tijdelijke oplossing. De definitieve beoordeling van deze stoffen blijft noodzakelijk; de markt mag zich dus blijven voorbereiden op mogelijke toekomstige wijzigingen.
Voor de sector is dit een belangrijk signaal dat de EU begrip heeft voor de praktische uitdagingen bij de beoordeling van complexe of natuurlijke materialen, zonder daarbij afbreuk te doen aan voedselveiligheid. Bedrijven die met deze stoffen werken, doen er goed aan de extra tijd efficiënt te benutten en hun autorisatiedossiers volledig op orde te brengen.
De boodschap is duidelijk: de regels worden strenger, maar de EU geeft de industrie wel de kans om zich op een gecontroleerde en haalbare manier aan te passen.

IBE-BVI leden kunnen hier de volledige tekst van deze verordering opvragen
